starnieuws

Esequiba en Tigri, alter Albion

28 Nov, 12:50
Het dispuut tussen Guyana en Venezuela om het betwist gebied Esequiba is bijna even oud als het dispuut tussen Suriname en Guyana. Toen in 1843 de onderzoeker Schomburgk zijn kaart vervaardigde, protesteerde Groot-Brittannië daartegen. Rondom dezelfde tijd, broeide het tussen Venezuela en Groot-Brittannië over de grens die liep vanaf de monding van de Orinocco rivier en sudderde het dispuut tot 1899 toen een Arbitrale uitspraak (Arbitral Award) de demarcatie van de grens vaststelde.

Venezuela heeft consistent geprotesteerd tegen de grens zoals vastgelegd door Arbitrage en noemde de uitspraak, in 1962, een politieke transactie. Het dispuut bleef sluimeren. Guyana zou in 1966 onafhankelijk worden en om geen grensgeschil als koloniale erfenis mee te nemen, werd enkele maanden voor de onafhankelijkheid, de Geneva Agreement ondertekend door Groot-Brittannië en Venezuela. Deze overeenkomst had tot doel het instellen van een Gemengde Commissie die de grens controverse moest oplossen. De Gemengde Commissie faalde en kwam in 1970 ten einde, waarna volgens artikel 4 van de Geneva Agreement, het Protocol van Port of Spain volgde, dat tot 1982 de leidraad vormde voor diplomatieke en politieke uitwisselingen, zonder resultaat. 

Venezuela bracht in 1982 het dispuut naar de secretaris-generaal (sg) van de VN, die volgens artikel 33 van het Handvest van de VN, de good offices - een door de VN erkende vorm van vreedzame geschillenbeslechting -, toepaste in de periode 1990-2017. Vlak voordat de VN-sg besloot dat de good offices niet hadden geleid tot een oplossing, bleek dat Exxon Mobil olievoorraden in het betwist gebied voorspelde. De sg verwees begin 2018, het dispuut naar het Internationaal Hof van Justitie (ICJ). De sg stelde ook consultatie door een derde partij voor. Volgens Venezuela was de sg onbevoegd om het forum van geschillenbeslechting te kiezen. 

In maart 2018 dient Guyana een verzoekschrift in bij ICJ, tegen Venezuela, met verzoek dat ICJ zich uitspreekt over de geldigheid van de Arbitrale uitspraak van 1899. ICJ oordeelt dat het bezwaar van Venezuela ongegrond is nu partijen zich in het Protocol van Port of Spain hebben onderworpen aan de keuze van de sg bij falen van good offices, zodat de keuze van de sg bindend is. Ook wordt aangeknoopt bij een spreekbeurt van 1966 van de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken in het Venezolaans Congres die verwees naar judiciële oplossing van het dispuut. 

In artikel 33 van het VN-Handvest staan de vormen van vreedzame geschillenbeslechting opgesomd en de volgorde is niet bindend. Volgens het VN-Handvest is uitputting van de vreedzame geschillenbeslechting, geen voorwaarde om het ICJ te betrekken. In december 2020 oordeelde ICJ dat het rechtsmacht bezit om de geldigheid van de Arbitrale uitspraak te beoordelen en rechtsmacht mist om te oordelen over gebeurtenissen na ondertekening van de Geneva Agreement.

Venezuela werpt als formeel verweer op dat Groot-Brittannië als ondertekenaar van de Geneva Agreement, moest worden betrokken in het proces en zijn rol bij de totstandkoming van de Arbitrale uitspraak als zijnde bedrieglijk, getoetst moest worden. Venezuela beriep zich op het Monetary Gold beginsel. Volgens dit beginsel is de erkenning van de rechtsmacht  door de derde partij, in deze Groot-Brittannië, van de rechtsmacht van ICJ imperatief, om de bevoegdheid van ICJ in dit dispuut vast te stellen. ICJ verwierp dit verweer in april 2023. 

Ik heb enkele details na bestudering samengevat en ben misschien voorbij gegaan aan procedurele details, die bij een eventueel judicieel proces over het betwiste Tigri-gebied (tussen de Opper Corantijn en de Curuni rivier) ook een rol kunnen spelen. De Britse kolonisator is gekend om wispelturige politiek gevoelige grensbepalingen van zijn kolonieën, die na hun onafhankelijkheid, de Britse oplossing moeten voortzetten. Is Groot-Brittannië terecht de afwezige derde partij die afwezig mag blijven zoals ICJ heeft geoordeeld in april 2023? De rol van de kolonisator bij de totstandkoming van de Arbitrale uitspraak van 1899 en bij de Geneva Agreement, is evident. 

Demarcatie van de grens in 1899 tussen Venezuela en de Britse kolonie Guyana en het in 1966, achterlaten van een onding als een 'mixed commission', terwijl Venezuela zich vanaf 1899-1966 manifest had verzet tegen de demarcatie, rechtvaardigt dat Groot-Brittannië, derde partij is bij het dispuut. Eigenlijk zijn alle kolonisatoren partij bij grensgeschillen van hun eerdere koloniën.

Guyana heeft twee betwiste gebieden, de eerste is met Venezuela, dit gebied is het Guayana Esequiba-gebied. De tweede is met Suriname, dit is het Tigri-gebied. (Kaart Oxford Cartographers)

ICJ is overgegaan tot de inhoudelijke behandeling van Guyana's verzoek, nu de formele verweren zijn behandeld. Venezuela organiseert op 3 december een referendum en de reactie van Guyana is interessant, vooral wanneer we in ons achterhoofd houden dat ook wij op een dag voor Tigri, uiteindelijk moeten kiezen voor effectieve geschillenbeslechting, zo nodig judicieel. Hoewel we geen equivalent van de Geneva Agreement kennen in de geschiedenis van het Tigri-dispuut, zie ik enkele gelijkenissen met de Overeenkomst van Chaguaramas (1971). De eindeloze uitwisselingen van Guyanese en Surinaamse grenscommissies, terwijl Guyanese daden van bezit blijven voortgaan in de betwiste Tigri-driehoek, die mogelijk ook vol zit met bodemschatten zoals mineralen, is een plicht tot nadenken.

Aashna Kanhai


Advertentie

Saturday 24 February
Friday 23 February
Thursday 22 February