starnieuws

Trefossa's parodie op volkslied Opo Kondreman

24 Jan, 02:47
Enige tijd geleden verscheen Het andere postkoloniale oog, een bijzondere uitgave van de leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam om het zilveren jubileum te markeren, naast een colloquium dat in de zomer van 2019 plaatsvond. Hoogleraar Michiel van Kempen vroeg een 20-tal auteurs uit het netwerk van de leerstoel, een essay te schrijven over iets bijzonder, leuk, opmerkelijk enz. binnen het vakgebied, waarvoor nog geen tijd was gevonden om erover te schrijven. Een bundel met ‘bijvangst’ zegt Jos de Roo, een van de auteurs die over Curaçao in de Tweede Wereldoorlog schrijft.

De essays gaan over onderwerpen uit de vier grote gebieden binnen de literatuur en cultuur van de voormalige Nederlandse koloniën; Nederlands-Indië, het Nederlandse-Caraïbische gebied en Zuid-Afrika. Van Kempen zelf schrijft in de laatste bijdrage over de literatuur van de zogenoemde nieuwe Nederlanders – eigenlijk over nieuw opkomend talent en andere minder bekende namen.

Surinaamse bloementuin
De zeer gevarieerde lezenswaardige bijdragen over en uit Suriname nemen bijna de helft van het boek in beslag – ik zou bijna willen spreken over ‘het Surinaamse postkoloniale oog’. Ken Mangroelal schrijft een literair essay over hoe uit de schaduw van de slavernij te stappen; Karin Amatmoekrim richt het kompas op Anil Ramdas met de volledige tekst van de Verwey-lezing ‘We hebben een wereld verloren’ die zij in november 2019 uitsprak; Hilde Neus laat zien hoe een achttiende-eeuws blijspel dat op het eerste gezicht helemaal over Suriname gaat, een spiegel kan zijn voor de Amsterdamse handels- en bestuurlijke elite; Ellen de Vries en Loneke Geerlings belichten twee witte culturele bemiddelaars voor de ‘zwarte’ kunst – in Suriname gaat het om Nola Hatterman; Bris(path) Mahabier schrijft over het eerste reisverhaal in het Sarnámi en over de ontwikkeling van Sarnámi activiteiten in Nederland; Hariëtte Mingoen vraagt aandacht voor de teloorgang van de Surinaams-Javaanse gamelanmuziek zowel in Suriname als in Nederland; Aminata Cairo’s bijdrage is getiteld: ‘Hebi sani e dansi; Dans als een uiting van geestelijk welzijn onder slaven’; ‘Media, materialiteit en relatie in Astrid Roemers Lijken op liefde’ is van Yra van Dijk en Cynthia Abrahams, die promoveerde op het leven en werk van Dobru, doet boeiend verslag van wat ze gevonden heeft in de nalatenschap van Trefossa, pseudoniem van Henri Frans de Ziel (1916-1975).

Opo lesiman un opo

Die nalatenschap bevindt zich sinds 2010 in het Nationaal Archief Suriname – met dank aan inspanningen van Cynthia Abrahams – en bestaat uit een dagboek dat Trefossa bijhield – dit was bekend – maar hij bewaarde ook heel zorgvuldig zijn correspondentie, losse papieren en aantekeningen... eigenlijk alles want De Ziel was archivaris van beroep. Een biograaf kan veel informatie putten uit deze nalatenschap, aldus de auteur, voor inzicht in de persoon Henny, zoals hij genoemd werd, omdat hij belangrijke gedachten opschreef in memoschriftjes. Ook was De Ziel dol op aforismen. Een hele mooie van hemzelf: Ons geheugen is een instrument gericht op het verleden. Ons creatief vermogen is een instrument gericht op de toekomst.

Naast de correspondentie – conceptbrieven werden eerst in klad geschreven – vond mevrouw Abrahams ook twee schoolschriftjes met opstellen, gecorrigeerd en voorzien van een cijfer, uit de tijd dat Trefossa op de Graaf von Zinzendorf school zat. Verder verzamelde hij werk van andere dichters het voorzag dit van commentaar op het gebezigde Sranan. Met Slory, bijvoorbeeld, correspondeerde hij hier zelfs over. De mooiste vondst vind ik echter Trefossa’s parodie op zijn eigen Sranan versie – Opo! Kondreman un opo! – van het Surinaams volkslied. De tekst van de parodie is als onderstaand afgebeeld in het boek.



De vertaling: Sta op luilakken sta op / Suriname roept u / er moet veel werk worden verzet / voordat het land goed op orde is / het geld ligt niet voor het oprapen / we moeten er ook voor werken / eerst dan zal het goed komen met het land / dan zal Suriname goed georganiseerd zijn.
In het huidige financieel-economisch tijdsgewricht in Suriname, zou menig politicus zich kunnen vastklampen aan deze parodie, als oproep om daadwerkelijk te werken aan de verheffing van ons land.

De auteur stuitte ook op aantekeningen, vermoedelijk geschreven in de aanloop naar de onafhankelijkheid toen Trefossa het woord srefidensi creëerde, bijvoorbeeld in een tekst waarin de volgende zin voorkomt: Degedensi moe tron srefisdensi / Wankelmoedigheid moet onafhankelijkheid worden. Hoewel de bijdragen van de overige genoemde auteurs absolute pareltjes zijn, vind ik alleen al die van Cynthia Abrahams met een impressie van wat Henri de Ziel ons heeft nagelaten, de moeite waard deze prachtige verzameling ‘bijvangsten’ uit de Nederlandse postkoloniale tijd aan te schaffen.

roy.khemradj@gmail.com

Het andere postkoloniale oog – Onbekende kanten van Nederlandse (post)koloniale culturen, onder redactie van Michiel van Kempen, kost €32,- en is uitgebracht door www.verloren.nl

Advertentie