starnieuws

Surinamer zijn zit van binnen

03 Feb, 02:52
Met zwierige danspasjes op opgewekte Zuid-Amerikaanse tonen verwelkomde Bodil de la Parra haar gasten in On Stage op donderdag 31 januari 2019. Het was de Surinaamse première van haar theaterproductie Het Verbrande Huis dat solo door haar werd gebracht.

Het stuk heeft al vijftig voorstellingen in Nederland achter de rug. Toch vertelde Bodil mij later dat zij enigszins nerveus was over de reacties van het publiek in het land waar zich alles wat in het stuk gebracht wordt, afspeelt. Met een juridische metafoor zou ik het willen typeren als een confrontatie met de locus delicti (plaats van het misdrijf).

Maar de ongerustheid van Bodil bleek geheel ten onrechte te zijn. Het publiek heeft vanaf het begin tot het einde in de ban verkeerd van de verrichtingen van de actrice. Het vereist een perfecte kennis van de tekst en ook een enorme fysieke conditie om solitair een voorstelling van bijna anderhalf uur te brengen. Het podium is geheel hier te lande gebouwd in een prachtige ouderwetse Surinaamse sfeer. Opvallend is de trap die levensecht aandoet en meerdere malen door Bodil beklommen wordt om haar verhaal te brengen.

Zij vertelt dat het in feite gaat om een kroniek van de Surinaamse familie de la Parra. Deze begint in 1667 als twee minderjarige telgen van de Joods-Portugese familie de la Parra zich in de kolonie Suriname vestigen. Zij komen er berooid aan en hebben nauwelijks iets te eten.

Suriname is dan nog deel van Engeland, hoewel Abraham Crijnssen de zeilen al had uitgezet om het wingewest in Zeeuwse (Nederlandse) handen te brengen. Als de gegevens historisch juist zijn, betekent dit dat de familie De la Parra wellicht de oudste, maar zeker één van de oudste families in Suriname is.

In het stuk wordt de flashback techniek toegepast om op gezette tijden een duik te nemen in de Surinaamse historie. Bodil komt zelf in 1970 als zesjarige met haar vader, de alombekende regisseur en filmproducent Pim de la Parra, naar Suriname. Zij logeren dan in het ouderlijk huis aan de Zwartenhovenbrugstraat te Paramaribo, waar de norse apotheker De la Parra, de vader van Pim, als pater familias, de scepter zwaait. Zijn vrouw is op jonge leeftijd overleden en sindsdien wordt het huishouden gerund door twee ongetrouwde tantes van Bodil, die luisterden naar de namen Gus en Pop. Het zijn vooral deze twee laatste personages die een leidende rol spelen in het theaterstuk.

Bodil brengt regelmatig bezoeken aan Suriname en logeert dan in het huis van haar opa, die ze eigenlijk nauwelijks ontmoet. Het zijn vooral de tantes die de zorg over haar op zich nemen, terwijl zij in haar neefjes plezierige speelkameraden vindt. Als ze wat ouder is kan één van de ‘vrijpostige’ neefjes het niet nalaten haar te vragen: ‘Bodil heb je het al gedaan’? In eerste instantie begreep ze de vraag niet, maar het vervolg wordt hier buiten beschouwing gelaten.

Belangrijker is dat één van haar buurmeisjes haar verwijt dat ze geen Surinaamse is. In die tijd was Suriname nog een deel van het Koninkrijk. De opmerking zit haar niet lekker en Bodil legt deze voor aan haar tante Gus. Deze stelt haar gerust en zegt tegen haar: ‘Meisje, laat je niet van de wijs brengen, het Surinamer zijn zit van binnen’. Een zeer wijze opmerking van tante Gus.

Want ook al zijn wij nu staatkundig onafhankelijk, ben ik van mening dat het Surinamer zijn niet slechts een kwestie van nationaliteit is. Maar in dit verband wordt op deze materie niet verder ingegaan.

In 2012 krijgt de familie in Nederland het schokkende bericht dat de ouderlijke woning aan de Zwartenhovenbrugstraat totaal afgebrand is. Hoewel Bodil in paniek raakte, bleef haar vader er betrekkelijk rustig onder en sprak de volgende woorden: ‘mijn lieve dochter, we hebben het huis verloren, maar de verhalen blijven voortleven’. En daar gaat het stuk over. Het afgebrande huis was onverzekerd. In financieel opzicht was dit een zware klap voor de familie.

Kort na de onafhankelijkheid, na de machtsovername door de militairen, had opa De la Parra al een enorme slag moeten incasseren. Hij kwam uit een traditie die alleen in contant geld geloofde. Hij had met noeste arbeid een vermogen opgebouwd van enkele tonnen Surinaamse florijnen, die destijds tweemaal zoveel waard waren als de valuta van het moederland. Dit geld werd zorgvuldig in een oude brandkast bewaard. Op een gegeven moment kwam de bejaarde apotheker tot de ontdekking dat zijn financiële diagnose hem straatarm gemaakt had. Door de enorme devaluatie was het contante geld vrijwel niets meer waard! Ik denk dat dit verhaal velen bekend in de oren zal klinken!

De vertellingen die door Bodil gebracht worden zijn afwisselend komisch en tragisch. Maar ook het tragische wordt op een dusdanige wijze gebracht dat het publiek er soms om moet lachen. De actrice ontpopt zich als een rasverteller die haar gehoor aan haar lippen doet hangen.

Persoonlijk vond ik één van de indrukwekkendste verhalen haar bezoek aan Joden Savanna in gezelschap van één van haar neven. Ze gingen op zoek naar de graven van de familie De la Parra. Hoewel de omgeving toen overwoekerd was met struikgewas, konden zij toch de namen van hun voorouders op de marmeren gedenkplaten ontwaren. Het aantal personen met de naam De la Parra verraste hen. Bodil stelde toen vast dat haar voorouders ook slavenhouders geweest waren. Zij vroeg zich af hoe dat mogelijk was. Dit omdat het Joodse volk vele eeuwen geleden ook in slavernij gehouden was door de Egyptenaren. Bepaalde joodse riten herinneren aan deze periode bijvoorbeeld een bekertje met zoutwater dat bij bepaalde plechtigheden tijdens de maaltijden op symbolische wijze geserveerd wordt. Hoe is het dan mogelijk vraagt zij zich af dat de nazaten van een in slavernij verkeerd hebbend volk, zelf slaven zijn gaan houden?

Bodil en haar neef gaan op zoek naar de begraafplaats van de slaven die ze met moeite kunnen ontdekken in de wildernis om hen heen. Hen wordt een locatie getoond waar er wat houten, vermolmde paaltjes staan, zonder vermelding van enige naam. Hoewel zij part noch deel hebben aan wat hun voorouders hebben gedaan, besluiten Bodil en haar neef toch een openbare verontschuldiging te brengen voor wat hun voorgeslacht heeft misdaan. Deze scene heeft een dusdanige indruk gemaakt dat verscheidene aanwezigen een traantje moesten wegpinken.

Hoewel het in de eerste plaats om een familiekroniek gaat, heeft actrice en tekstschrijfster Bodil de la Parra bewerkstelligd dat een stukje Surinaamse geschiedenis niet alleen geconserveerd is, maar ook weer tot leven is gebracht.

De manier waarop Bodil het stuk heeft gepresenteerd, geeft blijk van beheersing van de podiumkunsten. Ik heb zelf de zeer gevarieerde verhalen als bijna vastgenageld op mijn stoel gevolgd. Na afloop moest ik nog even bijkomen van de emoties. Dit betekent dat Bodil erin geslaagd is het publiek deelgenoot te maken van haar gevoelens.
Het is jammer, maar ook begrijpelijk dat nu al alle voorstellingen zijn uitverkocht. Als de mogelijkheid bestaat, doe ik een beroep op de organisatie om nog enkele uitvoeringen in te lassen. Iedereen zou in de gelegenheid moeten worden gesteld het stuk te zien of beter: te beleven.


Carlo Jadnanansing