starnieuws

Het grond- & concessie uitgiftebeleid nader bekeken

10 May, 22:33
Concessieuitgifte blijkt steeds weer een politiek- en corruptiegevoelige beleidsbeslissing te zijn. Dit beleid was jaren een verantwoordelijkheid van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH), maar sedert de splitsing van dit ministerie in NH en Ruimtelijke Ordening, Grond- & Bosbeleid (RGB) in 2005 is o.a. de afgifte van houtconcessies een verantwoordelijkheid van RGB. Sedert het aantreden van de huidige regering heet dit ministerie Grondbeleid & Bosbeheer (G&B). Ruimtelijke Ordening is gegaan naar het ministerie van Ruimtelijke Ordening & Milieu (ROM).

Het ontwikkelen en uitvoeren van een goed strategisch beleid is gestoeld op continu evalueren en bijstellen. Het ‘Plan-Do-Check-Act-Principe’ (eerst plannen, dan uitvoeren, dan controleren en waar nodig bijstellen) is een zeer belangrijk beleidsinstrument om de gestelde doelen te realiseren en ook om het steeds beter te doen. Bij stap één (Plan) moet op basis van de taakomschrijvingen en de gestelde doelen de juiste deskundigen worden gekozen om de strategische posities in te vullen. Indien stap één verkeerd is, mag men zijn borst nat maken om veel tijd te stoppen in de laatste stap (Act), omdat het uitvoeren van stap twee (Do) niet op deskundige wijze zal geschieden.

Beleidsmakers moeten zich o.a. steeds afvragen:
• Hoe komt het dat bepaalde zaken steeds verkeerd zijn gegaan op bepaalde beleidsgebieden/ministeries/staatsbedrijven?
• Wat moet de regering Santokhi/Brunswijk beter doen dan haar voorganger?

Deze vragen heb ik aan een nadere beschouwing onderworpen i.v.m. de perikelen rondom het G&B-ministerie de afgelopen dagen. Daarbij heb ik vijf artikelen die op deze website zijn gepubliceerd onder de loep genomen, t.w.:
• VHP-fractie wil geen vervanging van minister Pokie (7 mei)
• Brunswijk maakt zich niet druk om VHP-fractie; consensus bereikt (8 mei)
• 'Bordo': Gajadien is vrijpostig (8 mei)
• Brunswijk: ABOP gerustgesteld door woorden president (9 mei)
• Over een VHP Brutaliteit, Hebzucht en de Wandelgangen (9 mei);
Na het doornemen en analyseren van deze artikelen ben ik tot de conclusie gekomen dat het gronduitgiftebeleid in het algemeen en het concessie uitgiftebeleid in het bijzonder, herzien moeten worden. Om de gevoeligheid af te zwakken moet het uitgiftebeleid geen verantwoordelijkheid meer zijn van één minister, maar collectieve verantwoordelijkheid van de regering.

Volgens www.gov.sr is één van de taakstellingen van G&B om “zorg te dragen voor een goede gronduitgifte, het één en ander in samenwerking met de daarvoor in aanmerking komende ministeries, waar nodig in interdepartementaal verband.” De onduidelijkheid zit in “goede gronduitgifte”. Wat verstaan onze beleidsmakers uit “goede gronduitgifte”?

Het uitgeven van concessies behoort ook tot de taken van G&B en NH. Het grootste corruptiegevaar ligt bij het uitgeven van concessies, omdat de kans groot is voor omkooppraktijken. Malafide ondernemers zullen altijd proberen om ministers om te kopen, omdat het de minister is die moet tekenen voor de uitgifte. Alle corruptiegevallen die tot op heden zijn geconstateerd hebben te maken met duistere uitgifte van een minister, zonder dat de rest van de regering daarvan op de hoogte is. Daarnaast heeft geen enkele regering tot nu toe de wetgeving veranderd, waardoor ministers niet meer in de fout gaan. Een aangepaste concessie uitgiftewetgeving is nu meer dan noodzakelijk. Vanwege de zwakke wetgeving is het een onmogelijke opgave voor een G&B-minister om een volledig termijn van vijf jaren uit te zitten.

Enkele aanbevelingen ter wijziging van zowel het gronduitgifte- als concessie uitgiftebeleid zijn:
• Er moet een onafhankelijke interdepartementale uitgiftecommissie o.l.v. een vertegenwoordiger van de president en één van de vicepresident worden geïnstalleerd die alle grond- en concessieaanvragen moet screenen.
• Gronduitgifte voor bebouwing en beplanting tot een grootte van 1.000 m² wordt uitgegeven door de G&B-minister. Indien dezelfde persoon een ander domeingrond tot maximaal 1.000 m² heeft aangevraagd is uitgiftegoedkeuring van de Onderraad G&B vereist. Vanaf de derde aanvraag door dezelfde persoon, ongeacht de grootte, is uitgiftegoedkeuring van de Raad van Ministers (RvM) vereist.
• Gronduitgifte voor bebouwing en beplanting met een grootte van tussen de 1.000 m² en 10.000 m² (1 hectare) wordt uitgegeven door de Onderraad G&B. Alle aanvragen groter dan 1 hectare vereisen uitgiftegoedkeuring van de RvM.
• Uitgiftes van concessies tot een grootte van 25.000 hectare vereisen goedkeuring van de RvM. Uitgiftes boven de 25.000 hectare vereisen goedkeuring van de Regeringsraad (RR).
• Het overtreden van de bovenstaande regels zal leiden tot nietigverklaring van de concessieaanvraag tevens oneervol ontslag en vervolging van de betrokken minister(s).
•    De maximale straf voor de betrokken minister(s) kan gesteld worden op vijf jaren gevangenisstraf en een verbod van maximaal tien jaren voor het bekleden van een politieke functie.

Het is belangrijk om te weten dat gebrek aan strategisch en visionair leiderschapsvermogen geen beleidsverandering teweeg kan brengen, omdat de nodige kennis en inzichten ontbreken op strategische posities, waardoor de nodige veranderingen niet kunnen worden doorgevoerd.

Ruben Ravenberg, Ph.D, MBA
rub_rav@yahoo.com


Advertentie