starnieuws

Ode aan Treesje14, een vrouw en moeder

08 Mar, 22:30
Aan de hand van haar vader werd ze als tweejarige gebracht naar de nonnen van Ranipur. Haar twee broers kwamen terecht in Rajpur. Haar moeder was overleden en haar vader kon de zorg over zijn kroost niet alleen aan. Voor hun eigen bestwil vertrouwde hij de zorg van zijn kinderen toe aan de zusters en broeders van Ranipur en Rajpur. Ze was op dat moment het 14e meisje dat binnenkwam in Ranipur met de naam Theresia. En om alle Theresia’s uit elkaar te houden, werden ze ‘genummerd’. Ze werd Treesje14.

De nonnen hebben haar strikt opgevoed, samen met haar lotgenoten. Ze werd er gevormd van kind tot tiener tot jong volwassene. Ze leerde er koken, wassen, schrobben en naaien, maar ook schrijven en lezen.

Treesje14, ofschoon opgevoed door de nonnen, had haar eigen wil. Ze zag kans briefjes te versturen via haar nichtje Louise naar de jongen die ze leuk vond in Rajpur. In haar laatste levensjaren begrepen we dat de briefjes verkeerd waren bezorgd en terecht waren gekomen bij de jongeman met wie ze trouwde vanuit Ranipur. Als huwelijkscadeau kreeg ze van de zusters een plaatje van moeder Maria en kindje Jezus mee. De beeltenis heeft een prominente plaats in haar slaapkamer gehad.

Samen met haar man kreeg ze zes kinderen, vijf zonen en als laatste een dochter. Treesje14 gaf haar kinderen de opvoeding die ze had genoten, volgens strikte regels a la Ranipur, waarin ze werd gesterkt door de opvoeding die haar man deels ook had gehad in Rajpur. Dus leerden de zonen ook schrobben en boenen, kleren wassen en strijken en natuurlijk ook de afwas doen. Aangezien de dochter de laatste in rij was, moesten de broers hun steentje bijdragen in de oppas.

Treesje14 vertelde dat ze goed is behandeld door de zusters, maar dat ze geen weet had hoe te knuffelen en te vertroetelen. Ze had de liefdevolle warmte van het opgroeien in een gezin gemist. Het heeft haar getekend. Aangezien knuffelen en vertroetelen niet in haar levensboek voorkwam, kon ze het ook niet overdragen aan haar kinderen. Maar de kracht die ze putte uit haar geloof en de kerk, heeft haar de weg gewezen haar kinderen groot te brengen tot waardige volwassenen. De kerk heeft altijd een grote invloed gehad op haar leven. Geen wonder dat alle zonen op hun momenten misdienaars waren in haar thuiskerk, de Driekoningenkerk meer bekend als Rajpur.

Na 35 jaar huwelijk werd ze weduwe. Ze heeft zich er kranig doorheen geslagen. Met de steun van haar kinderen heeft ze daarna een goed leven gehad. Ze kon staan en gaan waar ze wilde, ze kon eten en drinken wat ze wilde, want Treesje14 had geen noemenswaardige gezondheidsproblemen. Ook de zware klap om onverwachts een zoon te verliezen, heeft ze geïncasseerd zoals alleen een moeder dat kan.

Ze kon geregeld op bezoek bij haar andere kinderen die allen in het buitenland een leven hebben opgebouwd. Ze woonde met haar jongste zoon in Suriname. Vanaf haar 81e vertoonde Treesje14 vreemd gedrag. Ze vergat de simpelste dingen en wist net als haar naasten niet wat haar overkwam. Op een gegeven moment had ze hulp nodig bij de simpelste dingen zoals baden, afdrogen en aankleden. Niet dat ze het niet kon, je moest bij haar zijn, haar aanmoedigen zich te bewegen en dingen te doen. En het lukte, vooral als je haar zei dat je haar dochter of zonen zou bellen om ze te vertellen hoe moeilijk ze deed. Met de jaren kwamen niet alleen de gebreken, maar nog meer de streken. Ze gaf dat ook zelf toe.

Gedurende drie jaar had ze veel meer behoefte om iemand bij zich te hebben. Dus werd iemand ingehuurd om dagelijks met haar bezig te zijn. Praten, spelletjes doen, gewoon lekker bezig zijn. Daarna was er een optie om haar op de dagopvang van stichting Wiesje met andere senioren te plaatsen. Ze vond het leuk om daar naartoe te gaan. Als ze weer eens dwars was, en je haar zei dat ze dan maar niet naar de dagopvang ging, werd ze daar heel verdrietig van. Net een kind.

En toen kwam de mogelijkheid voor permanente opvang in huize Wiesje. We waren daar allen huiverig over. Je doet je moeder toch niet zomaar weg als het moeilijk wordt. Je staat haar toch niet zo simpel af aan wildvreemden die haar niet kennen. Zij heeft toch ook alles, haar eigen wensen en verlangens, opzij gezet bij de opvoeding van haar kinderen en bij de zorg voor haar man. Er spookten allerlei gedachten door ons hoofd, hoe zou zij het vinden, zou ze kunnen aarden, zouden wij het aankunnen haar daar te plaatsen.

Maar eerst moest ze naar de geriater. We hadden geen idee van wat dat was. Na onderzoek bij de geriater, gespecialiseerd in ouderen ziektes, bleek dat ze in het beginstadium was van dementie. Het zou niet genezen, werd ons verteld, de ziekte kon wel vertraagd worden. Voor ons begon toen een volledig leerproces over dementie. Een nieuwe wereld ging open, één van begrip en mededogen.

Toen we op een dag in 2015 met haar spraken over het tehuis en wat het voorstel was, zei Treesje14 simpel dat wat voor ons het beste leek ook voor haar het beste was. Sneller dan gedacht kwam de dag dat we haar naar het tehuis moesten brengen met haar spullen. Gepakt in twee tassen, kleren, snuisterijen, haar Maria en kindje Jezus beeltenis, haar rozenkrans en al wat niet meer waar we van dachten dat ze vertrouwd mee was in haar eigen omgeving. Haar achterlaten was loodzwaar. Net een jonge moeder die haar eerstgeborene voor de eerste keer bij de oppas moet achterlaten. We bleven steeds omkijken om haar reactie te zien, maar ik denk meer dat we het nodig hadden ons ervan te vergewissen dat ze in goede handen was.

We kwamen er elke dag tot we beseften dat we haar er geen goed mee deden. Toen werd het om de ene dag, dat ging beter. Ze paste zich aan en vond het fijn met haar kamergenoot oma Els. Al heel snel werden de acht bewoners van huize Wiesje familie. Elk een had zijn eigen karakteristieken. Meneer J. las elke dag de krant en had oog voor vrouwelijk schoon. Meneer T. was een charmeur en zei tegen elke vrouw Ich liebe dich. Oom S. huilde continu. Mevrouw H. was echt een bigisma en zag er altijd prachtig uit met haar bijouterieën. Treesje14 werd nani van alle zusters. Ze zong erop los met haar fysiotherapeut die ze leerde tellen in het Sarnami. Hun favoriete liedje was Chal chal mere haathi, o mere saathi…

In de jaren die we voorbij zagen komen, hebben we de bewoners achteruit zien gaan. Inderdaad dementie was te vertragen, maar niet te stoppen. Meneer J. las de krant niet meer, sprak niet echt meer. Maar vroeg je hem als hij een biertje wilde, dan was het steevast Ja ja ja. Oom Stan was opgehouden met huilen en je kon wat met hem babbelen. Mevrouw H. werd depressief als ze haar zoon die in Nederland woonde niet zag. Meneer T. sprak op een gegeven moment niet meer. Weg was die vrolijke man. Treesje14 heeft ze één voor één voor zich zien gaan. Soms was het onverwachts, in enkele gevallen zag je het aankomen. Telkens weer kwam er een leegte. Er kwamen nieuwe bewoners, nieuwe familiegenoten en weer gingen ze Treesje14 voor.

Ook zij ging achteruit. Twee jaar nadat ze in het tehuis was, werd ze ziek. Iedereen werd opgetrommeld om afscheid van haar te nemen. Alle uitvaartbedrijven werden afgelopen om voorbereidingen te treffen. Treesje14 verraste eenieder. Na maanden op bed, knapte ze op. Maar door haar ziektebeeld en het lange liggen moest ze voortaan gebruik maken van een rolstoel. Haar geheugen bleef echter scherp. Het Onze vader en Wees gegroet Maria deden we elke keer als we haar bezochten. Ook liedjes uit haar kindertijd. We merkten dat ze trager werd, dementie kroop langzaam maar zeker verder. In de vijf en een half jaar dat ze in Wiesje was, hebben we vaker afscheid van haar moeten nemen. Zelfs de pater die haar meerdere keren de ziekenzalving gaf, is haar voorgegaan. Steeds weer bewees ze wat voor sterke vrouw ze was. Een keer zei ze dat ze naar haar vader wilde, waarop haar zoon zei 'daar is er geen ice-cream en cola.' Ze werd er stil van. Tot Covid-19 zijn intrede deed.

Vanaf maart vorig jaar mochten de bewoners geen bezoek, omdat ze nu eenmaal een kwetsbare groep zijn. Op haar 91e mocht haar zoon haar even bezoeken. En dan met een mondkap op. Ik denk dat ze net als alle bewoners niet begreep wat die mondkapjes precies inhielden. Enkele maanden verder werd weer alarm geslagen. Weer loos alarm. Tot weer op 10 februari. We mochten haar zien. Ze at slecht. Het slikken ging moeilijk. Bij het bezoek zat Treesje14 zo koninklijk in haar rolstoel. Haar ogen waren helder, haar haren langer dan normaal, helemaal opgemaakt. Ze was klaar voor bezoek. Ze heeft gedronken en ice-cream gegeten. We merkten dat het inderdaad trager ging. Haar ogen waren gefixeerd op haar zoon, die op een gegeven moment zijn mondkap afnam en vroeg: weet je wie ik ben? Er kwam diep uit haar een krachtige jaaaa.

We beseften dat ze gedacht moet hebben dat niemand haar meer kwam bezoeken. Dat ze vergeten was. We werden ons ervan bewust dat de andere huisgenoten behalve de zusters ook niemand anders zien dan elkaar.

Drie weken later is het telefoontje om half vier in de ochtend geen loos alarm. Treesje14 is ingeslapen. De laatste van de eerste groep van de woonunit van stichting Wiesje en één van de laatsten van haar generatie van Ranipur. We dachten echt voorbereid te zijn op dit moment, maar toch was de schok groot. 91 is een respectabele leeftijd. We zijn opgelucht dat ze niet hoeft te lijden en als een kasplantje verder zou gaan. Ze heeft haar levensreis volbracht en is naar het Licht.

We hopen met het delen van dit verhaal, dat ten minste enkelen onder ons zullen beseffen hoe kostbaar het leven is en dat we de zorg van onze ouders ter hand nemen. Eens hebben zij ons ook bij de hand genomen bij onze eerste stappen in het leven…

In dankbare en liefdevolle herinneringen aan Theresia Radjkoemarie Mangal gehuwd Mahabier.

Indra Mahabier

Advertentie