starnieuws

Downsyndroomdag, vandaag 21 maart

21 Mar, 08:24
Vanaf 2012 wordt deze dag wereldwijd gevierd, dankzij de erkenning door de Verenigde Naties. Op 21 maart is er jaarlijks extra aandacht voor mensen met het syndroom van Down. Het Medisch Opvoedkundig Bureau (MOB) zet zich in voor de verbetering van de integratie en aanvaarding van deze groep kinderen. Zij schenkt daarom in samenwerking met andere groeperingen en instellingen, zoals het S.O.G.K. en Stichting Matoekoe vandaag in de Paramaribo Zoo, extra aandacht aan kinderen en jong volwassenen met het Syndroom van Down en hun ouders. De extra aandacht gaat specifiek uit naar de talenten en mogelijkheden van deze groep mensen.

Achtergrond

Het syndroom van Down of Downsyndroom ook aangeduid als Trisomi 21, is een aangeboren afwijking die gepaard gaat met een verstandelijke beperking (Routh, 2006). Het syndroom van Down is vernoemd naar John Langdon-Down, de eerste arts, die in het jaar 1866 de aandoening omschreef.
Literatuur geeft aan dat er drie typen van het syndroom van Down zijn. De meest voorkomende is standaard trisomi 21. Routh (2006) zegt dat een baby onder normale omstandigheden tijdens de conceptie genetische informatie van de ouders in de vorm van chromosomen: 23 van de vader en 23 van de moeder erft. In totaal 46 chromosomen. In de meeste gevallen krijgt een kind met het syndroom van Down één extra chromosoom bij het 21e paar, waardoor het totaal aan chromosomen uitkomt op 47 in plaats van 46. Dit extra exemplaar is afkomstig uit de eicel van de moeder of de zaadcel van de vader, en zorgt ervoor dat er fysieke eigenschappen en ontwikkelingsstoornissen optreden, beter bekend als het syndroom van Down.

Het zal de oplettende lezer opgevallen zijn dat er niet per toeval voor de datum van 21 maart gekozen is. Aan de hand van het extra chromosoom bij het 21e paar chromosomen is het totaal niet 2 maar 3. Zie daar de keuze van 21 maart.
Enkele algemene kenmerken van iemand met het syndroom van Down: Een vrij plat gezicht met een afgeplatte neusbrug; scheefstaande ogen, meestal spleetvormig en in de binnen ooghoeken bevindt zich vaak een huidplooi tussen de oogleden. Een kleine mond met een beetje groot lijkende tong: doordat de spieren slap zijn, hangt de tong meestal uit de mond. Aan de voetjes die ook wat plomper zijn, is vaak de ruimte tussen de grote teen en de tweede teen nogal ruim. Tekenen van een dysfatische ontwikkeling. Een dysfatische ontwikkeling gaat bij kinderen met het syndroom van Down vaak gepaard met orale dyspraxie (moeite hebben met het leren eten en drinken en later problemen met de spraak (verstaanbaarheid) aldus Buma en Beems (2005).

Karakteristieke kenmerken:

Kinderen met het syndroom van Down, worden algemeen omschreven als een positief persoonlijkheidstereotype. Ze zijn hartelijk, lief, aardig en prettig in de omgang, vrolijk, gul, grappig en vertonen een positieve gemoedstoestand. Naast deze opsomming van gunstige kenmerken, stellen we bij deze kinderen ook vast dat ze koppig en eigenwijs kunnen zijn, minder actief en weinig doorzettingsvermogen hebben en ook getypeerd kunnen worden door een hogere mate van afleidbaarheid (Gunn & Guskelly, 1991). We moeten wel voorzichtig omspringen met de stereotypen die bestaan rond mensen met het syndroom van Down, aangezien ze geen recht doen aan de individualiteit van de persoon.

Als logopedist kan ik aangeven dat een verstandelijke beperking, geen logopedische stoornis is. Echter zijn de consequenties hiervan voor de communicatie zo groot dat logopedisten een belangrijke rol hebben gekregen in de behandeling van kinderen met een verstandelijke beperking, waaronder kinderen met het syndroom van Down. Spraak en taal mogen niet afzonderlijk van elkaar worden gezien. Veel kinderen met het syndroom van Down hebben niet alleen spraak- maar ook taalstoornissen. Deze stoornissen liggen ten grondslag van andere duidelijke aanwijsbare stoornissen. Enkele van deze aanwijsbare stoornissen hebben een logopedische achtergrond. Het is dus van belang om zo vroeg als mogelijk de hulp van een logopedist in te roepen die op logopedische wijze hulp kan bieden. Hoe eerder men begint om de mondmotoriek te stimuleren en te versterken hoe eerder het kind met het syndroom van Down de woorden beter kan vormen en uitspreken.

Taalstimulerende tips voor ouders van kinderen met het syndroom van Down

Als opvoeder speelt u een belangrijke rol in de taalontwikkeling van uw kind
U krijgt hier onder enkele tips om die ontwikkeling te stimuleren:
1. Dit kan door te verwoorden wat er gebeurt of wat je kind ziet en door te reageren op wat het kind zelf zegt.
2. Gebruik alle mogelijke middelen om het taalbegrip te verhogen.
3. Prentenboeken, verhalen en goede tv-programma's of video's gericht op de belangstelling van het kind, vormen een rijk taalaanbod. Hierdoor leert het kind veel nieuwe woorden erbij.
4. Maak nieuwe taal zichtbaar en tastbaar door ze visueel te ondersteunen met door prenten, gebaren, voorwerpen, door dingen aan te wijzen.
5. Liedjes zingen, rijmpjes opzeggen en klankspelletjes boeien het kind
6. Wijs regelmatig dezelfde voorwerpen aan en benoem ze
7. Herhaal waar nodig
8. Spreek niet te snel en articuleer goed
9. Volg actief of het kind alles begrijpt

L. Beverdijk BSc.
Logopedist

Monday 24 September
Sunday 23 September
Saturday 22 September